De Hogere AOW-leeftijd maakt minimaal verschil in arbeidsongeschiktheid

De verhoging van de AOW-leeftijd leidt, zoals eerder verwacht, niet tot een stijging in arbeidsongeschiktheid. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft een onderzoek gepubliceerd op Prinsjesdag waarin het volgende naar voren kwam: 

  • Het percentage aan werknemers dat een beroep doet op de WIA neemt beperkt toe. 
  • Het CPB verwacht dat bij een AOW-leeftijd van 70 jaar het percentage arbeidsongeschikten bij mannen die net tegen hun pensioen aanzitten (69 jaar) niet hoger zal zijn dan onder mannen die momenteel stoppen met werken: 17% voor 64-jarigen. 
  • Als er geen gezondheidswinst ontstaat bij een AOW-leeftijd van 70 jaar; zou het aandeel arbeidsongeschikten onder mannen van 69 jaar oplopen tot ongeveer 26%. 

De tegenstanders van de stijging van de AOW-leeftijd hadden als belangrijkste argument dat werknemers het niet zo lang zouden volhouden en dat hierdoor het beroep op de arbeidsongeschiktheid enorm zou toenemen. Nu de studie uitwijst dat het meevalt met de massa aanvragen, is dit argument uit handen genomen. De AOW-leeftijd die naar 67 en drie maanden gaat in 2022, stop niet. Vanaf 2022 zal de AOW-leeftijd blijven stijgen als de levensverwachting blijft stijgen. 

De Vakbond FNV heeft zelfs als voorwaarde gesteld dat er een hervorming van het pensioenstelsel moet komen voordat er onderhandeld mag worden over deze regeling. Hierbij heeft de vakbond de AOW-leeftijd bevroren op 66-jarige leeftijd. Deze voorwaarden is nog niet ingewilligd door minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en de kans dat dit gaat gebeuren is onwaarschijnlijk. 

Bron: effect AOW-leeftijd op arbeidsongeschiktheid.